Goederenvervoer en richtlijnen: uitvoeringsrichtlijnen faciliteren homogene beleidsuitvoering.

T. de Wit


Om het vervoer vlot en voorspelbaar te laten verlopen richt de vervoerwereld (overigens vaak samen met de verladers) zich vaak tot de decentrale overheden met wensen ten aanzien van de inrichting van de weg en de spelregels over het gebruik van het wegennet. Met name gemeenten, maar ook de kaderwetgebieden en de provincies beroepen zich graag op hun zelfstandigheid en beleidsonafhankelijkheid. De natuurlijke neiging is dan ook beleidsformulering en beleidsuitvoering in grote onafhankelijkheid van anderen op te zetten. Op het gebied verkeer en vervoer zijn onderwerpen als leefbaarheid voor de bewoners, verkeersveiligheiden dergelijke al gauw hoger scorende onderwerpen dan de facilitering van de afwikkeling van hetgoederenvervoer. Wanneer dan toch beleid geformuleerd wordt bijvoorbeeld om tijdvensters in te stellen of om de toegang voor grote voertuigen te beperken wordt een ambtenaar belast met de uitvoering ervan. Zoal hiervoor gesteld is de ambtelijke werkkracht veelal beperkt. Op welke kennis baseert de denkwerker zijn maatregel die immers onder tijdsdruk tot stand moet wordengebracht: -hij/zij raadpleegt de eigen kennis -consulteert een collega -bekijkt mogelijk een boek of studie op of direct rond het bureau -raadpleegt soms de bibliotheek en -heel soms de buitenwacht. De druk van het werk maakt dat de beschikbaarheid van praktische richtlijnen leidt tot overname ervan. Toepassing van dergelijke richtlijnen heeft invloed op de feitelijke uitvoering. Hantering van dezelfde richtlijnen op verschillende plaatsen resulteert in vergelijkbare oplossingen op deze verschillende plaatsen. Conclusie Indien beleidsuitvoering homogeen kan worden gemaakt door de beschikbaarheid van goede en relevanterichtlijnen kan de behoefte aan eenheid in beleidsuitvoering bij decentrale overheden bereikt worden door ten behoeve van de realisatie te komen met relevante uitvoeringsrichtlijnen.


« Terug