De economische betekenis van het railgoederenvervoer.

G.J. Nieuwenhuis, H.B. Roos


In de paper zijn de elementen opgenomen, waarmee de economische betekenis van het railgoederenvervoer bepaald kunnen worden. Traditioneel wordt de economische betekenis afgeleid uit de bijdrage aan het bruto nationaal product, de betalingsbalans en de arbeidsmarkt. Daaraan toegevoegd worden vaak de milieuaspecten. Een volledige calculatie van de economische betekenis is thans nog niet mogelijk, er zijn echter voldoende indicatoren, waaruit zou blijken dat er sprake is van een economisch belang van deze sector. Het economische belang wordt gedefinieerd als het saldo van kosten en opbrengsten voor vijf actoren: 1 verladers 2 vervoerders 3 overheid 4 economie 5 leefomgeving. De uiteindelijke betekenis van het vervoer ligt in de bijdrage aan het maximeren van het consumentensurplus. Indien verladers transportdiensten weten in te kopen tegen lagere prijzen dan ontstaat een hoger consumentensurplus. Verladers kiezen dus voor spoorvervoer, indien daarmee een economisch voordeel is te halen. Keuzefactoren zijn daarbij het prijsniveau, transporttijd, betrouwbaarheid, veiligheid en de mogelijkheden van tracking en tracing. Het economische voordeel is voor een verlader te vergroten door een verbetering van de toegang tot het spoorwegsysteem te realiseren. Dit is onder meer mogelijk door de aanleg van spooraansluitingen te verbeteren, een goede toegang tot terminals te scheppen of door de ontwikkeling van distributiecentra met spooraansluiting. Railvervoerders realiseren een bescheiden positief economisch resultaat. Door een voortdurende verbetering van de efficiency na te streven, kan het resultaat verbeterd worden. De efficiency zal vooral bij de grootste kostensoorten, te weten tractiemiddelen en personeel, gerealiseerd moeten worden. De primaire rol van de overheid ten aanzien van het railgoederenvervoer is het beschikbaarstellen van infrastructuur. Het saldo van opbrengsten uit en kosten van de infrastructuur is de basis van het economische belang voor de overheid. Daarnaast kan de overheid een beleid voeren ter stimulering van een economische sector, zoals het goederenvervoer in het algemeen of het railgoederenvervoer in het bijzonder. De economische betekenis van het railgoederenvervoer voor de economie heeft betrekking op de effecten voor afgeleide markten, zoals direct gerelateerde activiteiten (bijvoorbeeld onderhoudsbedrijven, financierings- en leasebedrijven) en de concurrentie-effecten. Deze laatste categorie heeft betrekking op de versterking van de concurrentiepositie van de Nederlandse economie door het belang voor mainports, industriƫle locaties en logistieke functies. In deze functie gaat het niet alleen om het railgoederenvervoer, maar vooral om de volledige vervoersketen, waar de trein onderdeel van is. De betekenis van het railgoederenvervoer voor de leefomgeving is te meten door de kosten van emissies, van veiligheid en van geluid te meten en te vergelijken met deze kosten van andere modaliteiten. Het railgoederenvervoer veroorzaakt negatieve effecten op de leefomgeving. De milieubalans is echter relatief gunstiger in vergelijking met het wegvervoer. Een modal shift van weg naar rail (of binnenvaart) wordt over het algemeen gezien als een bijdrage voor de leefomgeving. In die zin heeft het railgoederenvervoer een positieve milieubalans. De relatieve voorsprong die spoorwegen hebben, dient echter met de juiste technische ontwikkeling, behouden te blijven. Op basis van de analyse in dit document kan afsluitend geconcludeerd worden, dat het railgoederenvervoer een positieve economische betekenis heeft voor Nederland. Een nadere onderbouwing met kwantitatief onderzoek is echter gewenst.


« Terug