Externe effecten en ‘collateral damage’ voor de transportsector door verhoging van de maximumsnelheid voor auto’s

C. de Zoeten


Zelfs wanneer 2 op de 3 Nederlanders wonen binnen 5 kilometers van een treinstation blijkt autorijden leuker dan openbaar vervoer. De beleidsmaatregel om een hogere maximumsnelheid voor personenwagens (van 120 km/u naar 130 km/u) toe te staan heeft diverse externe effecten. De transportsector zal, zonder daaraan debet te zijn of enig voordeel van de maatregel te ondervinden, deels opdraaien voor de externe effecten van de extra emissies, voor de extra verkeersslachtoffers door toegenomen snelheidsverschillen en voor de beperktere leverbetrouwbaarheid van zijn eigen economische activiteiten. Bovendien dreigt het goederentransport, op korte termijn al, extra aan banden te worden gelegd om de door de snelheidsverhoging afgenomen veiligheid te compenseren. Naast de toegebrachte ex post schade aan één sector (transport), is er per saldo schade aan de Nederlandse economie als geheel. Op lokaal beleidsniveau zijn de genomen maatregelen (fijn stof en NO2) per definitie ontoereikend en dreigt het 'dweilen met de kraan open' te worden. Het 'pleasen' van één deel van de mobiliteitsector lijkt tot het betalen van een onnodig hoge maatschappelijke prijs. Met het oog op mogelijk, toekomstig beleid in dezelfde richting (de 100 km/u wegen naar 120 en de 80 km/u wegen naar 100), is dit betoog in vele opzichten een 'understatement'.


« Terug